Wat is intrinsieke waarde?

De intrinsieke waarde van een onderneming is het verschil tussen de waarde van de bezittingen en de schulden. Het is in feite het eigen vermogen. De intrinsieke waarde is makkelijk van de balans af te lezen.

Intrinsieke waarde berekenen

De intrinsieke waarde berekent u dus als volgt. Intrinsieke waarde = activa – schulden.

Voorbeeld intrinsieke waarde (per aandeel)

Stel een bedrijf heeft €500 miljoen aan activa op de balans en €300 miljoen aan schulden. Dan is de intrinsieke waarde €200 miljoen (€500 miljoen - €300 miljoen). Als er 10 miljoen aandelen uitstaan, dan is de intrinsieke waarde per aandeel €20 (€200 miljoen/10 miljoen).

Toepassing intrinsieke waarde

Beleggers komen de intrinsieke waarde per aandeel geregeld tegen. Vastgoedfondsen en participatiemaatschappijen nemen dit getal zelfs standaard op in hun financiële rapportages. Voor dit type bedrijven is de intrinsieke waarde dan ook bijzonder relevant. Bij liquidatie van een vastgoedfonds komt de waarde van de vastgoedportefeuille na aftrek van de schulden immers toe aan de aandeelhouders. De waarde van een participatiemaatschappij is eenvoudigweg: de waarde van alle participaties - de schulden.

Voor ‘gewone’ bedrijven, zoals die in de goederen- en dienstensector, is de intrinsieke waarde per aandeel minder belangrijk. De balans is immers een momentopname en de daadwerkelijke waarde van een bedrijf hangt vooral af van de toekomstige resultaten. Daar komt bij dat het belang van immateriële activa, zoals merken, octrooien, franchiseovereenkomsten en digitale platforms, enorm is toegenomen. Die staan lang niet altijd op de balans.

Toekomstige winstcapaciteit

Dankzij deze immateriële activa noteren beurskoersen vaak ruim boven de intrinsieke waarde per aandeel, zeker van technologie- en biotechbedrijven met weinig of geen machines en fabrieken op de balans. Bedrijven als Apple en Meta (voorheen Facebook) hebben relatief gezien geen hoge kapitaalinvesteringen nodig om winst te genereren. Vandaar dat de balans geen goede afspiegeling is van de werkelijke onderliggende waarde van deze ondernemingen. Het verschil tussen de intrinsieke waarde en de beurskoers drukt de toekomstige winstcapaciteit van een bedrijf uit. Dit vormt de goodwill.

Dus goodwill = beurskoers – intrinsieke waarde.

Een premie boven de intrinsieke waarde is gerechtvaardigd als het bedrijf goede winstperspectieven heeft.

Voor een betere waardering van bedrijven met normale bedrijfsactiviteiten moet de goodwill dus worden toegevoegd aan de intrinsieke waarde. Om de goodwill te berekenen is een inschatting nodig van de contante (huidige) waarde van de verwachte toekomstige winsten. Het contant maken of disconteren vindt plaats tegen een zogeheten disconteringsvoet. Dit is vaak de gemiddelde vermogenskostenvoet van de onderneming. De schatting van de toekomstige winsten is erg lastig en de uitkomst van deze rekenexercitie is daarom altijd subjectief.

Voorbeeld intrinsieke waarde analyse

Ondanks zijn beperkingen is de intrinsieke waarde per aandeel wel degelijk bruikbaar in de fundamentele analyse. Het geeft immers inzicht in hoe de markt de toekomstperspectieven van het bedrijf inschat. Stel een vastgoedfonds heeft €750 miljoen aan bezittingen en €300 miljoen aan schulden. De intrinsieke waarde is dan €450 miljoen. Als er 10 miljoen aandelen uitstaan, komt dat neer op €45 per aandeel. De beurskoers staat echter op €25. Beleggers verwachten kennelijk een flinke daling van de intrinsieke waarde, door afwaarderingen van het vastgoed of negatieve operationele resultaten in de toekomst.

Welke daling is nu precies ingeprijsd? De beurskoers van €25 impliceert in theorie een daling van de intrinsieke waarde naar €250 miljoen (€25 * 10 miljoen uitstaande aandelen). Bij een schuldenlast van €300 miljoen zouden de totale passiva aan de rechterzijde van de balans dan uitkomen op €550 miljoen. De balans moet altijd in evenwicht zijn. Dat betekent dus een waardedaling van de activa van €750 miljoen naar €550 miljoen, ofwel circa 27%. Beleggers die van mening zijn dat de markt daarmee te pessimistisch is kunnen de aandelen kopen, met de verwachting dat de korting ten opzichte van de intrinsieke waarde in de toekomst afneemt of helemaal verdwijnt.

Instrumentele waarde

De intrinsieke waarde is een eenvoudige waarderingsmethode die inzicht geeft in de boekwaarde (bezittingen minus schulden) van bedrijven. Dan is er ook nog de extrinsieke waarde of instrumentele waarde: de waarde van een object voor een persoon of groep om iets anders te bereiken. Het is een middel om intrinsieke waarde te genereren. Denk aan een bedrijf dat braakliggende grond heeft die in de toekomst gebruikt kan worden voor agrarische doeleinden. Of voor een persoon kan dat bewaard geld onder een matras zijn.

Opties en intrinsieke waarde

Het begrip intrinsieke waarde komen we ook tegen in de optiehandel. De betekenis is hier heel anders. Het gaat dan om het positieve verschil tussen de uitoefenprijs van een optie en de koers van de onderliggende waarde. Bij de calloptie (recht om te kopen) bedraagt de intrinsieke waarde: koers onderliggende waarde - uitoefenprijs van de optie. Een calloptie met een uitoefenprijs van €50 levert bij een actuele koers van het onderliggende aandeel van €70 een intrinsieke waarde op van €20.

Bij putopties (recht op te verkopen) is de rekensom: uitoefenprijs van de optie - de koers van de onderliggende waarde. Een put optie met uitoefenprijs van €30 en een actuele beurskoers van €25 heeft een intrinsieke waarde van €5. De betekenis van intrinsieke waarde kan dus verschillen.

Bronnen: Distillate Capital, Skagen, IndusWealth

backtotop

Begin vandaag nog met beleggen

Ontdek waarom meer dan 2 miljoen beleggers voor ons kiezen.

Start met beleggen

Let op:
Beleggen gaat gepaard met risico's. U kunt (een deel van) uw inleg verliezen. Wij adviseren u om enkel in financiële instrumenten te beleggen die aansluiten bij uw kennis en ervaring.