Strangle: long strangle & short strangle als optiestrategie

Met een strangle kan een optiebelegger inspelen op zowel een hoge als lage volatiliteit van de onderliggende waarde. In dit artikel leggen we uit hoe de strategie werkt en wat de risico’s zijn.

Wat is een strangle?

De strangle is een optiestrategie die een belegger in staat stelt om te profiteren van een flinke beweging van de onderliggende waarde of juist van een vlak koersverloop. De long strangle levert winst op bij een significante koersstijging- of daling, terwijl een short strangle winstgevend is als de koers van de onderliggende waarde nauwelijks van zijn plek komt.

Long strangle

In een long strangle koopt de belegger tegelijkertijd een out-of-the-money calloptie en een out-of-the-money putoptie met dezelfde onderliggende waarde en expiratiedatum, maar met verschillende uitoefenprijzen. De uitoefenprijs van de calloptie is hoger dan de actuele koers van de onderliggende waarde, terwijl de uitoefenprijs van de put lager is dan de beurskoers.

De optiestrategie heeft een groot winstpotentieel als de koers van de onderliggende waarde een significante beweging omhoog of omlaag maakt. Met de call profiteert de belegger immers van een sterke koersstijging, terwijl de put meer waard wordt bij een forse koersdaling. Het maximale verlies blijft beperkt tot de betaalde optiepremies en eventuele gemaakte transactiekosten.

Een strangle is vergelijkbaar met de straddle optiestrategie, maar gebruikt callopties en putopties met verschillende uitoefenprijzen. Bij een straddle zijn de uitoefenprijzen gelijk.

Wanneer gebruikt u een long strangle?

De belegger zet een long strangle op als hij een grote koersbeweging verwacht maar niet zeker weet of de koers zal dalen of stijgen. Voordat we het voorbeeld behandelen, is het goed om te weten dat opties meestal worden verhandeld met een contractgrootte van 100.

Stel, u verwacht dat de volatiliteit van het aandeel XYZ sterk zal toenemen. Maar u weet niet of de koers fors zal dalen of juist zal stijgen. Het aandeel noteert tegen een actuele beurskoers van €100. U koopt de call met uitoefenprijs €105 en koopt de put met uitoefenprijs €95. De gekochte call geeft het recht om het aandeel XYZ te kopen voor €105, terwijl de put het recht geeft om het aandeel XYZ te verkopen voor €95. Laten we aannemen dat u voor de call €1,50 heeft betaald en voor de put €1,30, waarmee de totale kosten uitkomen op €280 (€2,80 maal de multiplier van 100).

long strangle

Er zijn nu twee break-evenpunten te berekenen op de expiratiedatum. De calloptie wordt winstgevend bij een koers van €107,80 (de uitoefenprijs van €105 plus de betaalde premie van €2,80). Voor de putoptie geldt een break-evenpunt van €92,20 (de uitoefenprijs van €95 min de betaalde premie van €2,80). Oftewel: de strategie is winstgevend als de koers van XYZ buiten de bandbreedte van €92,20-€107,80 eindigt. Als de koers van XYZ binnen de bandbreedte blijft, dan heeft u een verlies van €280.

Short strangle

In een short strangle verkoopt de belegger tegelijkertijd een out-of-the-money calloptie en een out-of-the-money putoptie met dezelfde onderliggende waarde en expiratiedatum, maar met verschillende uitoefenprijzen. Een short strangle levert winst op als de onderliggende waarde nauwelijks beweegt. De maximale winst bestaat uit de ontvangen optiepremies. Het mogelijke verlies is in theorie onbeperkt omdat de koers van de onderliggende waarde kan blijven stijgen. Er is ook een potentieel groot verlies als de koers tot nul daalt. Door de hoge risico’s is deze strategie minder populair dan de long strangle.

Wanneer gebruikt u een short strangle?

De belegger zet een short strangle op als hij weinig beweging verwacht in de onderliggende waarde. Stel, u denkt dat het aandeel XYZ de komende periode nauwelijks van zijn plaats zal komen. U verkoopt de XYZ call met uitoefenprijs van €105 en krijgt daarvoor een premie van €1,50. Tegelijkertijd verkoopt u de XYZ put met uitoefenprijs van €95 voor €1,30. In totaal ontvangt u dus €280 (€2,80 maal 100 ontvangen premies) aan optiepremie. U heeft nu de plicht om de stukken XYZ te leveren tegen €105 (call) of af te nemen tegen €95 (put). Er zijn wederom twee break-evenpunten te berekenen op dezelfde wijze als bij de long strangle.

Nu maakt u winst als de koers van XYZ op de expiratiedatum juist binnen de bandbreedte van €92,20-€107,80 eindigt. Dan expireren beide opties namelijk waardeloos en heeft u de ontvangen premies in de knip. De premie van €280 is uw maximale winst. U kunt ook een flink verlies lijden op deze strategie. Gaat XYZ failliet dan zult u de stukken moeten afnemen tegen €950 (€95*100). De ontvangen premie is dan een doekje voor het bloeden. U lijdt dan namelijk een verlies van -€950+€280=-€670. Ook als de koers van XYZ door het dak gaat bijvoorbeeld door een overname voor €150 per aandeel dan is de verliespost groot. U moet dan immers leveren tegen €105, dus u loopt €45 winst mis (exclusief de ontvangen premie van €2,80). In plaats van €1500 ontvangt u dan €1050+€280=€1330.

Voordelen

Bij een long strangle strategie profiteert de belegger zowel van een koersstijging als koersdaling. De winst van een long strangle is in theorie ongelimiteerd, tegen een relatief beperkte investering. Doordat beide opties in de long strangle out-of-the-money zijn, zijn de kosten doorgaans lager dan die van een straddle. Dat bekent ook dat het risico lager is dan dat van een straddle. Het voordeel van een short strangle is dat de belegger ook winst maakt als de koers van de onderliggende waarde per saldo vlak blijft. Ten opzichte van een vergelijkbare short straddle liggen de break-evenpunten bovendien verder uit elkaar, zodat de winstkansen groter zijn.

Nadelen

Om de long strangle met winst te kunnen afsluiten, zal de koers van de onderliggende waarde flink moeten bewegen, omlaag of omhoog. Voor de straddle is een kleinere koersbeweging nodig om winst te maken (afhankelijk van de betaalde premies). De tijd werkt in het nadeel van de long strangle. Naarmate de expiratiedatum dichterbij komt, zal de tijdswaarde in de optiepremie immers afnemen. Een nadeel van de short strangle vergeleken met de short straddle is dat de ontvangen premie en het maximale winstpotentieel lager liggen.

Risico’s

De risico’s van de long strangle zijn beperkt: het maximale verlies is gelijk aan de betaalde optiepremies plus eventuele transactiekosten. Daarentegen is het verlies van de short strangle in theorie oneindig als de onderliggende waarde stijgt. Daarom is deze optiestrategie alleen geschikt voor ervaren optiebeleggers.

De informatie in dit artikel is niet geschreven voor adviesdoeleinden en heeft evenmin als doel om investeringen aan te bevelen. Beleggen gaat gepaard met risico's. U kunt (een deel van) uw inleg verliezen. Wij adviseren u om enkel in financiële instrumenten te beleggen die aansluiten bij uw kennis en ervaring.

Bronnen: Investopedia, Fidelity

backtotop

Begin vandaag nog met beleggen

Ontdek waarom meer dan 2 miljoen beleggers voor ons kiezen.

Start met beleggen

Let op:
Beleggen gaat gepaard met risico's. U kunt (een deel van) uw inleg verliezen. Wij adviseren u om enkel in financiële instrumenten te beleggen die aansluiten bij uw kennis en ervaring.